Kontich-Waarloos vroeger & nu


Het Ros Beiaard ...
deed vroeger ook hier zijn ronde!

Ommegangen, cavalcades en andere stoeten… ze komen terug! Reus Contius van Kontich-Kazerne is uitgebreid in het nieuws gekomen en Paul Catteeuw heeft in het Contactblad van de gemeente en in Reineringen de oude Vlaamse traditie van de reuzen in een ruimer kader geplaatst (zie artikel "Contios in Vlaams perspectief"). Tot 25 jaar geleden werden die van Kontich op de werf van de gemeente bewaard. Tot ze in de weg stonden.

 

De Kontichse reuzen op de werf... nog niet bewust van hun roemloos einde

Liquideren of door de Kring voor Heemkunde laten bewaren? Helaas hadden wij geen plaats voor deze metershoge giganten. Hun “karkas” werd meticuleus opgemeten en daarna vernietigd. De kleren werden netjes gewassen, gestreken en opgevouwen en samen met de attributen en de hoofden opgeborgen op de zolder van ons museum. Een jaar later kwamen de mensen van de VANK op het idee om de reus en de reuzin weer op de jaarmarkt te laten verschijnen. Jammer dus. Maar wie wil (en handig is) mag gerust bij ons de maten komen halen en een nieuw (en lichter!) karkas ineenknutselen!

Mogelijk hadden de gilden en broederschappen in het Kontich en Waarloos van de middeleeuwen en daarna ook wel reuzenfiguren om in hun optochten te laten figureren. Helaas hebben we er geen getuigenissen over gevonden.

 
De reuzen van 1896, tijdens de "Eeuwfeesten der Koninklijke Harmonie Ste Cecilia, 15 juni 1913"

In 1896 schafte de handboogmaatschappij De Eendracht – gevestigd in de toenmalige herberg De Leeuw, later De Oude Eendracht, aan het Sint-Martinuskerkhof – zich de bekende Kontichse reuzenfiguren aan, samen met de vier “reuskens”, de paardjes en de uitrusting voor de vier Heemskinderen. Er werd een reuzenstoet georganiseerd en sindsdien waren ze altijd present bij belangrijke feestelijke gebeurtenissen, zoals de viering van 75 of 100 jaar Belgische onafhankelijkheid, de jubilea van de harmonieën Sint-Cecilia of Vrede en Vermaak, of de viering van wie honderd jaar werd. En natuurlijk werden ze ook uitgehaald telkens er een nieuwe burgemeester werd ingehaald.

Zo waren ze in 1971 nog twee maal van de partij: eerst op 13 juni, bij de viering van het 125-jarig bestaan van de schuttersgilde De Eendracht en vervolgens op 18 juli toen burgemeester Verhaert plechtig werd ingehaald. Was 9 februari 1975, toen gans Kontich de honderdste verjaardag van Trientje Stevens uitbundig vierde, hun laatste optreden???

 

De reuzen bij de inhaling van burgemeester Verhaert (18/07/1971)

Wat opvalt is dat het reuzenechtpaar er op het einde veel chiquer uitzag, meneer zelfs met een hoge hoed. Op de (helaas niet erg scherpe) foto van 100 jaar geleden zijn ze veel volkser gekleed, de reuzin met muts en bloemetjeskleed, de reus in kiel en met een “steek” op zijn hoofd.

Een van de populairste verschijningen in onze stoeten was het ros Beiaard met de vier Heemskinderen. Het verhaal was over heel Europa verspreid. De oudste geschreven versie, Renaut de Montauban, komt uit Frankrijk (rond 1200), de Middelnederlandse vrije bewerking Renout van Montalbaen  moet al kort daarop verschenen zijn. In dit rebellenepos keert Aymijn, een van zijn vazallen, zich tegen koning Karel. Hij wordt daarbij geholpen door de tovenaar Malegijs en het wonderpaard Beiaard dat buitengewoon snel is en zo sterk dat het zijn vier zonen (Renout, Adelaart, Ritsaart en Writsaart) tegelijk kan dragen. Uiteindelijk kon er alleen maar verzoening komen als ze het ros zouden doden. Het werd met een molensteen in de Maas geworpen. Volgens sommigen zou het ros die steen verbrijzeld hebben, zoals het ook de Rocher Bayard bij Dinant met een hoefslag zou hebben gekliefd. Volgens de sage draaft hij nog altijd door de Ardennen. Voor onze Ardense landgenoten werden les quatre fils Aymon (bij ons dus Aymijns- of  Heemskinderen) tot een symbool voor alle vrijheidsstrijders. En voor die van Dendermonde waarschijnlijk voor hun verzet in de vete tegen die van Aalst…

 

Het Ros Beiaard op 13 juni 1971 bij de viering van het 125-jarig bestaan van de schuttersgilde (links) en op 18 juli 1971 ter gelegenheid van de inhaling van burgemeester Verhaert.

De vier Heemskinderen waren traditioneel vier zonen van hetzelfde gezin. Franciscus Reyniers zorgde daarvoor: hij was verantwoordelijk voor de feestelijkheden van de handboogschuttersmaatschappij “De Eendracht”. Hij en zijn zonen waren ook de vinnige ruiters die moesten “chargeren” om het volk op afstand te houden. Zo kwam het dat de leden van de familie Reyniers sinds begin 1900 de “sjaskes” als bijnaam kregen. Vanaf de jaren 1950 werd zijn schoonzoon Jozef Du Mont de begeleider van het Ros Beiaard. Als kind zat diens zoon Luk, onze archivaris, en een enkele keer (bij gebrek aan mannelijk bloed) ook dochter Lea op het paard. Zij zongen onderweg het “Vier-gebroederslied”, waarvan de vierde strofe luidde als volgt:

Wy en zullen niemand wyken,
Wat voor vyand ons komt aen:
Ider moet zyn wapens stryken,
Als wy met ons zweerden slaen:
Onzen iver is te agten,
Om ’t geluk en onderstand,
Die wy zoeken en betrachten,
Voor het Kontichs vaderland.

Tekst en foto’s: Frank Hellemans, Luk Du Mont, Lea Du Mont, Koninklijke Kring voor Heemkunde. Meer details zijn te lezen in ons tijdschrift "Reineringen".
Uit KONTICH WAARLOOS Hier en Nu, juni 2013.

HOME

Updated: 23/10/2014
© 2003 - MuseumKontich - Alle rechten voorbehouden